
Hier is de pony nog hengst, net voor de castratie.

De hengst is onder narcose gebracht en wordt bovendien plaatselijk verdoofd.

Het operatie gebied wordt grondig gewassen.

De eerste snede.

De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale tang eerst gekneusd en daarna afgebonden.

Tenslotte wordt de zaadstreng met de tunica vaginalis doorgeknipt onder de plek waar hij is afgebonden.


De wond is gesloten en ontsmet.
Uitstulping van het buikvlies (A), de zogenaamde tunica vaginalis. Buikwand (B), Huid (C), Scrotum (de balzak) (D) Tunica Vaginalis (E), die door onderhuids bindweefsel direct verbonden is met de huid van het scrotum. Bijbal (F), waarin de zaadcellen opgeslagen worden en verder rijpen. Zaad- of teelbal (G), waarin de zaadcellen en het testosteron gemaakt worden, Zaadstreng (H)

Doorsnede balzak
Tekst en foto’s: M. Merks
Met dank aan H. Nagel
|
Lang niet alle hengsten worden ingezet voor de fokkerij, het merendeel wordt gebruikt onder het zadel of voor de wagen. En dan is hengstengedrag, veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron dat wordt geproduceerd in de testikels, alleen maar lastig. Ook het samen weiden van merries en hengsten zorgt voor problemen. Daarom worden de meeste hengsten gecastreerd. Op welk moment je een hengst het beste kunt laten castreren hangt af van verschillende factoren. Wordt een veulen gecastreerd als hij pas enkele maanden oud is dan zal hij waarschijnlijk snel herstellen, maar de kans is groot dat hij altijd wat slungelig zal blijven. Blijft hij langer hengst, bijvoorbeeld tot hij drie of vier jaar oud is, dan zal hij veel meer hals en een zwaardere bespiering ontwikkelen. Het merendeel van de hengsten wordt gecastreerd op één of twee jarige leeftijd. Doorgaans is het voorjaar de beste tijd voor de castratie. Dan zijn er nog niet zoveel insecten en er is volop gras, zodat de pony in een schone omgeving van de operatie kan herstellen. Voor de castratie wordt de hengst zorgvuldig onderzocht. De dierenarts tast het scrotum en de testikels af en controleert of ze wel allebei zijn ingedaald. Mocht het om een klophengst gaan (één testikel is dan niet ingedaald), dan zal de castratie in een kliniek moeten plaatsvinden. Ook onderzoekt de veterinair de beide liesopeningen, om te controleren of het lieskanaal niet te wijd is en of er sprake is van uitpuilende ingewanden. Is dat inderdaad het geval, dan is de kliniek de enige juiste optie. Indien mogelijk zullen de meeste Shetlandponybezitters ervoor kiezen de hengst thuis te laten castreren. Mochten zich echter onverwacht complicaties voordoen, dan zal de hengst vaak alsnog naar de kliniek moeten. Daar kan de veterinair immers steriel werken, waardoor de kans op een besmetting tijdens de operatie minimaal is. En mocht er tijdens de operatie iets mis gaan, kan er onmiddellijk adequaat worden ingegrepen. Nadeel is dat de hengst voor de operatie uit zijn vertrouwde omgeving wordt gehaald en de trailer op moet, hetgeen altijd enige stress veroorzaakt. Ook is een castratie in een kliniek duurder.
Half-bedekte methode
Kliniek
Nazorg
|
ComplicatiesZwelling van het scrotum en de koker is de meest voorkomende maar gelukkig ook de minst ernstige complicatie en kan meestal worden voorkomen door de pony na de castratie voldoende beweging te geven. Het regelmatig afspuiten van het scrotum is niet nodig, tenzij het erg dik wordt. In dat geval kunt u het beste de dierenarts waarschuwen. Meestal zijn dan één of beide wonden in het scrotum te vroeg dichtgegaan. De dierenarts zal ze weer open maken, waarna de zwelling doorgaans snel wegtrekt. |