|
Een pony wordt gefokt en niet bij de timmerman gemaakt. Daarom is er ook geen enkele volmaakt. Het afwegen van diverse punten is het basisprincipe van de beoordeling. De jury moet de goede eigenschappen in de pony zien, die waarderen en daar de minder goede eigenschappen naar zwaarte vanaf trekken. Dit leidt tot een waardering voor het totaalbeeld. Deze wordt vertaald in een bepaalde primering. |
![]() |
| 1. Maantop 2. Neusbeen 3. Nek 4. Manenkam 5. Hals 6. Halsaanzet 7. Boeg 8. Schouder 9. Bovenarm |
10. Onderarm 11. Voorknie 12. Pijp 13. Kogel 14. Knie 15. Schenkel 16. Sprong 17. Pijp 18. Koot 19. Hoef 20. Hiel |
21. Kroonrand |
|
In Nederland onderscheiden we vier maten |
Shetland Pony's bestaan er in alle mogelijke kleuren. Alle kleuren worden door het NSPS geaccepteerd, met uitzondering van Appaloosa-aftekeningen |
|
Type
Model Beharing |
Voorhand Onder de voorhand verstaan wij het hoofd, de hals en de schoft. Het hoofd moet niet te groot zijn, mooi sprekend en attent de wereld inkijken. Niet te grote oren en intelligente ogen. De hals moet voldoende lengte bezitten en niet te diep uit de borst komen. De schoft moet voldoende ontwikkeld zijn en de schouder moet niet te stijl zijn, dus schuin geplaatst en goed aangesloten. Belangrijk is dat de schoft hoger is dan het kruis. Middenhand De middenhand is als het ware de brug tussen voor- en achterhand. Deze moet passen in het geheel. Daarbij hoort voldoende lengte, diepte en breedte. De ribben moeten voldoende welving vertonen en wat schuiner naar achteren zijn geplaatst. Achterhand De achterhand moet voldoende lang en iets hellend zijn. De dijen, ook wel de broek genoemd, moeten voldoende lang en bespierd zijn. Het hele lichaam van de Shetlandpony moet trouwens voldoende bespierd zijn. Het kruis mag niet te kort zijn en dient enigszins aflopend te zijn in een welig beplante staart. |
Beenwerk
Beweging |